NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Oostvaardersplassen: ingrijpen in een incompleet, natuurlijk systeem

25 april 2018

De Begeleidingscommissie beheer Oostvaardersplassen adviseert provincie Flevoland om tot een beleid te komen. Beleid dat leidt tot ingrijpen in het natuurlijk systeem van het Oostvaardersplassengebied, om daarmee juist de unieke natuur- en landschapswaarden van het gebied te versterken. Er moet worden ingegrepen op de sleutelprocessen waterpeildynamiek, begrazingsdruk (aantal grote grazers) en vegetatie-ontwikkeling. De commissie benadrukt dat er sprake is van een uniek gebied waar rust en ruimte bijdragen aan de ontwikkeling van belangrijke natuurwaarden, zo dicht bij het metropoolgebied van Amsterdam en tussen Almere en Lelystad. Het unieke vogelreservaat met talloze watervogels en moerasvogels in combinatie met de aanwezigheid van voor Nederlandse en West-Europese begrippen grote kuddes herten, paarden en runderen, dient te worden behouden en verbeterd. Het gebied is echter een incompleet natuurlijk systeem, waardoor het beheer op basis van louter natuurlijke processen niet verantwoord is. Het leidt ertoe dat natuur- en landschapswaarden juist achteruitgaan. De Natura 2000-doelen voor vogels staan onder druk, vegetaties verdwijnen, de biodiversiteit gaat achteruit en het landschap verschraalt.

De commissie adviseert de provincie om beleid te richten op ingreep op 3 vlakken

De eerste ingreep is al vastgelegd in het Natura 2000-beheerplan van 2015. De belangrijke maatregel van de reset van het moerasdeel van het gebied heeft te lang op zich laten wachten en dient met topprioriteit te worden uitgevoerd. Aanvullend daarop dienen delen van het grazige deel van het kerngebied van de Oostvaardersplassen te worden vernat. Daardoor ontstaat een geleidelijke overgang van het moeras naar de drogere delen en wordt het leefgebied van watervogels en moerasvogels uitgebreid. De functie van vogelreservaat wordt daardoor versterkt.

Ten tweede dient een reset plaats te vinden van de aantallen grote grazers: heckrunderen, konikpaarden en edelherten. Het aantal dieren zal fors moeten verminderen, met behoud van natuurlijk levensvatbare populaties. De commissie adviseert te komen tot een kleiner oppervlak te begrazen grasland en vermindering van de begrazingsdruk daarvan ten opzichte van de afgelopen jaren. Dit voorkomt dat 's winters voedseltekorten ontstaan en geeft ruimte aan ontwikkeling van bosschages, struiken, struwelen en ruigten.

De derde ingreep sluit daarbij aan. Er wordt actief ingegrepen in het landschap door delen van het grazige deel van het gebied vrij te houden van begrazing. Doordoor krijgen vegetatietypen en -structuren de ruimte om zich te ontwikkelen. Dit wordt bespoedigd en versterkt door aanplant van bomen en struiken. Die bosschages dienen tevens ter beschutting van de grote grazers in het kerngebied van de Oostvaardersplassen. Dat bevordert het welzijn van deze dieren.

De commissie adviseert de provincie voorts om met andere overheden en private partijen te investeren in de kwaliteit van natuur en landschap en in toeristisch-recreatieve voorzieningen in en rond de Oostvaardersplassen. In de toekomst zullen meer mensen het gebied in kunnen om er de ongereptheid van natuur en landschap in dit bijzondere gebied te ervaren. In dat verband past het dat de Oostvaardersplassen onderdeel gaan uitmaken van het toekomstig Nationaal Park Nieuw Land. Daarbinnen kan de integrale aansturing van het gebied met betrokkenheid van diverse maatschappelijke partijen een plaats krijgen en kan vorm en inhoud worden gegeven aan communicatie en onderwijs over natuur, natuurbeheer en de betekenis van natuur in onze samenleving. De ingrepen die de commissie voorstelt, zijn erop gericht om de kwaliteit van natuur- en landschap in het gebied te verbeteren en de maatschappelijke en economische betekenis van het Oostvaardersplassengebied in het verstedelijkte Nederland te versterken.
Vermindering aantal grazers en beheer

Het te begrazen grasland wordt in de adviezen van de commissie beperkt tot circa 1080 hectare, in plaats van de huidige 1880 hectare. In combinatie met vermindering van de begrazingsdruk tot de helft van wat die het afgelopen jaar was, betekent dit dat het aantal grote grazers moet worden verminderd onder een voorlopig plafond van 1500 dieren. De commissie adviseert echter om in 2018 eenmalig tot een verdergaande vermindering van het aantal dieren te komen met het oog op herstel van de grassen na afgelopen winter en herstel van overige vegetatietypen. Tevens wordt ruimte geboden aan de herinrichtingsmaatregelen in het moerasdeel en het grazig deel. De commissie adviseert om met niet meer dan 1100 dieren de volgende winterperiode in te gaan. Het gebied krijgt zo 2 jaar de tijd tot herstel vóórdat het genoemde plafond van begrazing wordt bereikt.

Deze eenmalige verdergaande reductie van het aantal dieren dient zeer zorgvuldig te gebeuren. Het is wenselijk dat de vermindering van de 3 soorten verschillend wordt aangepakt. Het aantal runderen blijft in de adviezen van de commissie gehandhaafd en kan zelfs nog groeien met het oog op de levensvatbaarheid van de kudde. Voor de vermindering van het aantal konikpaarden pleit de commissie ervoor om dit zoveel mogelijk te realiseren door uitplaatsing van de dieren. Mits dit gebeurt op een zorgvuldige en uit oogpunt van dierenwelzijn verantwoorde manier, en strikt volgens de nationale en internationale natuurwetgeving en veterinaire en vervoersregelingen. Het is praktisch niet uitvoerbaar om het aantal edelherten substantieel te reduceren zonder afschot. Dit dient eenmalig op eenzelfde wijze plaats te vinden als elders in Nederland het geval is.

Voor de jaren na deze reductie in 2018 zal het beheer van de aantallen grote grazers zoveel mogelijk aansluiten bij natuurlijke processen, tot aan het genoemde plafond. Beheer gebeurt echter niet gericht op realisatie van aantallen, zoals elders in Nederlandse natuurgebieden, maar op basis van informatie over beschikbaar voedsel, de condities en gedragingen van de dieren en de ontwikkeling van vegetaties. Er zal voortdurend worden gemonitord hoe de natuur- en landschapswaarden zich ontwikkelen en daarop zal het beheer zo nodig worden bijgestuurd. In de loop der jaren kan blijken of het plafond van 1500 dieren in het gebied naar boven of naar beneden moet worden bijgesteld met het oog op natuur- en landschapswaarden.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet