NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Soortbescherming in Gelderland: van schade beperken naar bevorderen biodiversiteit

11 aug 2018

Het gaat niet goed met gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen. En ook andere soorten hebben het zwaar. In Gelderland lijkt een nieuwe aanpak voor soortbescherming veelbelovend. Niet het tegengaan van schade staat hierin centraal, maar het verbeteren van leefgebieden. Bijvoorbeeld door nestkasten te plaatsen en het voedselaanbod te vergroten. Apeldoorn, Lochem en Nijmegen doen een pilot.

Leefomstandigheden voor dieren in stad én platteland onder druk
Op het platteland is door schaalvergroting in de landbouw steeds minder ruimte voor dieren, waardoor de soortenrijkdom er onder druk staat. In de stad zorgen verstening en het sterieler bouwen ervoor dat soorten als gierzwaluwen, vleermuizen en mussen het moeilijk krijgen. Renovatie zoals het isoleren van huizen verdrijft vleermuizen. Ook het betegelen van tuinen is niet goed voor de biodiversiteit.

Omgedraaide aanpak
De provincies zijn sinds januari 2017 verantwoordelijk voor de bescherming van soorten. Volgens de Wet Natuurbescherming moet er bij iedere verbouwing of sloop eerst worden gekeken of er geen beschermde soorten worden benadeeld. Dit is kostbaar en tijdrovend onderzoek. Wordt er een soort aangetroffen, dan moet er een alternatief komen. In de nieuwe aanpak van soortbescherming draait de provincie Gelderland het om: eerst worden op gemeenteschaal soorten geteld en gekeken of hun habitat kan worden verbeterd, daarna geldt een langlopende ontheffing voor kleinere verbouwingen en renovaties in het hele gebied.

Kosten en tijd besparen
Paul Ganzevles werkt in Apeldoorn aan het versterken van kwetsbare soorten. Hij is enthousiast over de nieuwe aanpak. "Het kost wel geld om eerst alles in kaart te brengen en maatregelen te treffen, maar het bespaart daarna een hoop tijd, kosten en administratie. De Apeldoornse woningbouwcorporaties zien het voordeel er gelukkig ook van in en dragen ook bij. We staan voor grote opgaven op het gebied van energietransitie, waardoor er grootscheeps wordt verbouwd. Het is goed als we daarbij aan de voorkant kijken wat er leeft en hoe we leefgebieden binnen gemeentegrenzen kunnen verbeteren. In plaats van allerlei doekjes voor het bloeden te pakken, die bovendien veel geld kosten."

Habitat beekprik verbeterd
Ganzevles: "We kennen in Apeldoorn bijvoorbeeld de beekprik, een klein bijzonder visje dat leeft in de Veluwse beken. Voor deze soort is zowel een geschikte zandbodem als schoon beekwater met grint belangrijk. Voor de beekprik zou een meanderende beek beter zijn, omdat je de diversiteit dan vanzelf krijgt. Daar is echter vaak geen ruimte voor. Door kleine inhammen te maken, krijg je hetzelfde effect. Soms zijn simpele oplossingen dus al voldoende. Deze aanpak hebben we in ons eerste soortmanagementplan al opgenomen."

Woningcorporatie doet ook mee
Woningcorporatie Ons Huis betaalt mee aan het onderzoek in Apeldoorn. Jeroen Knoop: "Het is nu een behoorlijke investering, maar we denken dat we die zeker terug gaan verdienen. Nu liggen projecten soms zomaar een half jaar stil omdat er vleermuizen worden gevonden. Daarnaast dragen wij ecologie en biodiversiteit een warm hart toe, en geloven we dat het beter werkt om gemeentebreed te werken dan op losse postzegels te zorgen voor de instandhouding van soorten."

Vleermuizen en uilen
De provincie is ook positief. Ronald Goderie, vergunningverlener: “Ook al gaan we flink aan de slag met de bebouwde omgeving, met behulp van soortmanagementplannen verwachten we dat soorten ‘in de plus gaan’, in plaats van dat we de schade beperken. Per soort komt er een protocol, dat we nu aan het maken zijn. In Lochem kijken we bijvoorbeeld naar de versterking van vleermuizen; in Nijmegen is er nu extra aandacht voor uilen.”

Catalogus met mogelijkheden
“We zijn nu dus bezig met het inventariseren van de mogelijkheden: die brengen we samen in een catalogus. Die geeft bijvoorbeeld aan wat je met inbouwnestkasten en vogelvides aan gebouwen kunt bereiken. En hoe je soorten kunt voorbereiden op een eventuele verhuizing. Als de pilots in Apeldoorn, Lochem en Nijmegen eind dit jaar zijn afgelopen, kijken we of we ook andere gemeenten financieel gaan ondersteunen bij het maken van soortmanagementplannen. Voor ons betekent het veel minder administratieve lasten; voor gemeenten en woningbouwcoöperaties geen verrassingen en vastlopende planningen; en voor de soorten een verbeterd habitat. Een win-win-win situatie dus.”

Symposium
Begin volgend jaar komt er een symposium over het nieuwe soortmanagement met voorbeelden van al behaalde successen.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet