NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Spectaculaire toename van diersoorten van oude bossen in Zuid-Holland

12 sept 2018

Een aantal diersoorten van oudere bossen is de laatste decennia spectaculair toegenomen in Zuid-Holland, zoals de boomklever en de rosse vleermuis. De populaties van deze soorten zijn in die tijd ruim vier keer zo groot geworden. Meer ecologisch bosbeheer draagt eraan bij dat de soorten zich uitbreiden, evenals de uitbreiding en veroudering van recreatiebossen en grienden langs de rivieren.

Als het om oude loofbossen gaat, is Zuid-Holland altijd matig bedeeld geweest. Oude loofbossen waren vooral te vinden in het binnenduingebied tussen Den Haag en Leiden. Veel vogelsoorten en andere diersoorten van oude bossen waren beperkt tot deze omgeving.

De laatste decennia echter komen veel meer oude bomen beschikbaar. Daardoor is er meer leefruimte en voedsel beschikbaar voor soorten die in oude bossen leven. Allerlei bosvogels en andere vogels profiteren hiervan, zoals de boomklever, de rosse vleermuis, de bosuil en de boomsprinkhaan.

De toename van diersoorten van oude bossen hangt deels samen met zowel een algehele veroudering van de landgoederen en recreatiebossen als een meer ecologische beheer van deze gebieden. Langs de grote rivieren zijn veel voormalige grienden in de laatste decennia uitgegroeid tot ware bossen, hoewel dit voornamelijk geldt voor wilgen en populieren. Ook zijn in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw veel (recreatie)bossen aangeplant die nu de juiste ouderdom bereiken.

Toename boomklever en rosse vleermuis nader bekeken
De toename en uitbreiding van het leefgebied van een aantal bosvogels zoals de boomklever vertoont opvallend veel overeenkomsten met de uitbreiding van de rosse vleermuis in dezelfde periode. Daarom is de ontwikkeling van beide soorten nader in beeld gebracht.

Boomklever
De boomklever was in Zuid-Holland aanvankelijk een soort die zich uitsluitend ophield in oude bossen in het binnenduingebied en is bovendien een standvogel met een kleine actieradius. De verspreiding van deze soort kwam sterk overeen met die van een aantal andere vogelsoorten die afhankelijk zijn van oude bomen, zoals kleine bonte specht en glanskop. In de jaren zeventig was er alleen een broedpopulatie bekend op landgoederen en bossen tussen Den Haag en Leiden (80 tot 125 paar). Op de meer geïsoleerde landgoederen tussen Wassenaar en Vogelenzang was de soort soms wel aanwezig, maar doorgaans incidenteel of hooguit enkele jaren achtereen.

Sinds de jaren negentig heeft de boomklever zich langzaam maar zeker uitgebreid. Volgens SOVON broeden er inmiddels 340 tot 420 paar boomklevers in Zuid-Holland. Zo vestigde de soort zich rond 2005 zowel in het Kralingse Bos bij Rotterdam als in het bosrijke binnenduingebied van Voorne, waar nu vele tientallen paren broeden. De soort heeft inmiddels veel kleinere en meer geïsoleerde bossen en parken in Zuid-Holland bereikt. De laatste jaren vestigt de boomklever zich ook in de Biesbos en de grienden langs de Oude Maas, waar de soort zich verder aan het uitbreiden is.

Rosse vleermuis
De rosse vleermuis is een uitgesproken boombewoner, die zowel het zomerseizoen als de winter doorbrengt in oude holle bomen. De soort maakt veel gebruik van verlaten spechtholten in oude beuken en eiken. De periode 1986 tot en met 1993 was in feite de eerste referentieperiode voor de aantalsontwikkeling van de rosse vleermuis, omdat hierbij voor het eerste systematisch geïnventariseerd kon worden met behulp van batdetectors. In deze periode werden 300 tot 400 rosse vleermuizen geteld in 14 kraamkolonies, voornamelijk in het binnenduingebied van Den Haag en Wassenaar en het Keukenhofbos. Ondanks intensief speuren werden in andere delen van Zuid-Holland geen kolonies gevonden.

De afgelopen jaren heeft de Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland deze bossen en landgoederen opnieuw in beeld gebracht. De werkgroep vond ruim 50 kraamkolonies en telde zo'n 1800 exemplaren. De grootste groep werd geteld op landgoed Zuydwijk (112 dieren). De meeste kolonies waren opnieuw aanwezig in oude eiken en beuken, maar bevonden zich ook in toenemende mate in andere boomsoorten, zoals es, populier, witte abeel, wilg en linde.

Sinds die inventarisatieronde heeft de rosse vleermuis zijn leefgebied in Zuid-Holland aanzienlijk uitgebreid, met nieuwe kolonies in het Kralingse Bos en Overschie bij Rotterdam, in Zoetermeer, in Leiden, het Staelduinse Bos bij ‘s-Gravenzande en het binnenduingebied van Voorne. Behalve een toename in het aantal kraamkolonies zijn er ook veel meer jagende dieren, met name boven een aantal plassen en meren. De afgelopen decennia zijn veel plassen aangelegd (vaak in recreatiegebieden), deze zijn erg in trek als foerageergebied voor de rosse vleermuis.
Uitbreiding van overige bossoorten

Naast de boomklever en rosse vleermuis zijn er meer bosvogels (vooral de standvogels) en andere dieren die profiteren van deze ontwikkelingen, zoals kleine bonte specht, groene specht, holenduif, bosuil, boommarter, eikenpage en boomsprinkhaan (de laatste twee zijn vooral afhankelijk van eiken). De glanskop lijkt vooralsnog niet te delen in deze uitbreiding; de oorzaak daarvan is niet duidelijk. De soms vroegtijdige kap van oudere bomen in sommige gebieden blijft echter een punt van zorg.

De uitbreiding van halsbandparkieten heeft mogelijk lokaal wel een negatief effect op de beschikbaarheid van holtes, maar dat lijkt vooralsnog geen effect te hebben op de aantalsontwikkeling van zowel rosse vleermuis als boomklever. Momenteel wordt er gewerkt aan een uitgebreid artikel waarin de ontwikkeling van deze soorten in heel West-Nederland tegen het licht wordt gehouden.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet