NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Translocatie beschermde Nauwe korfslak succesvol

18 okt 2020


In februari 2019 is voor het eerst een populatie Nauwe korfslakken overgezet binnen een Natura 2000-gebied. Deze ‘translocatie’, nodig voor de aanleg van de spoorverlenging Metro aan Zee, is gedaan om de populatie voor het Vinetaduin te behouden. De resultaten van de eerste monitoringronde in september 2020 zijn hoopgevend. Er werden veel meer levende Nauwe korfslakken waargenomen dan verwacht.

De Nauwe korfslak (Vertigo angustior, Jeffreys, 1830) is een klein landslakje. De huisjes lijken op een bijenkorf, zijn linksgewonden, worden iets hoger dan twee millimeter en zijn zwak geribd. De schelpkleur is meestal roodbruin. De dieren zelf zijn grijswit tot sterk donkergrijs. De Nauwe korfslak wordt vermeld in de Europese Habitatrichtlijn en geniet daardoor bescherming in daartoe aangewezen Natura2000-gebieden. De afgelopen twintig jaar nam de soort echter sterk af door tal van factoren. Mede daarom is het van belang alle bekende populaties zo goed mogelijk te beschermen.

Spoorverlenging Metro aan Zee in beschermingszone Solleveld & Kapittelduinen
Een van de Natura2000-gebieden die voor de Nauwe korfslak als beschermingszone is aangewezen, is het gebied Solleveld & Kapittelduinen, nabij Hoek van Holland. Daarbinnen ligt het Vinetaduin waar zich één van de belangrijkste populaties van dit Natura2000-gebied bevindt. In 2015 besloot de Gemeente Rotterdam dat de spoorlijn naar Hoek van Holland, de Hoekse Lijn, wordt doorgetrokken naar het strand. De Rotterdamse gemeenteraad heeft op 23 februari 2017 het bestemmingsplan 'Hoek van Holland-Spoorverlenging' vastgesteld. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de spoorverlenging tot aan een nieuw eindstation 'Hoek van Holland Strand', aan het einde van de Badweg, vlak bij het Zeeplein. Het metrospoor loopt via een gesloten bak door het natuurgebied Solleveld & Kapittelduinen en daarna verder op maaiveldniveau naar de kust, waarbij het gekozen tracé in de zuidrand van het Vinetaduin komt te liggen. Hierdoor zou een deel van de daar aanwezige populatie Nauwe korfslakken verloren gaan. Mede op advies van Stichting ANEMOON heeft de gemeente besloten de metro in een gesloten spoortunnelbak aan te leggen. Hierdoor is het mogelijk het duinhabitat na de aanleg te herstellen zodat daarna her-kolonisatie van de Nauwe korfslak mogelijk wordt. De vraag was: wat te doen met de in het tracé aanwezige individuen? Tijdens besprekingen hierover met de gemeente en de Omgevingsdienst Haaglanden in 2018, is besloten om het belangrijkste deel van de populatie dat op het tracé leeft over te zetten naar het aangrenzende deel van het Vinetaduin. Bodemstrooisel waarin de Nauwe korfslakken leven, zou daarbij uiterst zorgvuldig verplaatst moeten worden naar een ander potentieel geschikt gebied. Het beoogde adoptie- of doelgebied moest zo dicht mogelijk liggen bij het oorspronkelijke brongebied, dus in het Vinetaduin. Door extra maatregelen te nemen moest het in potentie al geschikte gebied tot een gunstiger biotoop voor de soort worden omgevormd.

Geen zekerheid
De eerste keer dat werd voorgesteld te bekijken of een populatie Nauwe korfslakken kon worden verplaatst, betrof een baanuitbreiding op de Golfbaan Noordwijk in 2016. Stichting ANEMOON stelde een methode op die hierbij zou kunnen worden gebruikt. In 2017 werd deze translocatie echter afgewezen en was het onderzoeksproject van de baan. Voor de verplaatsing in het Vinetaduin is wel akkoord gegeven. De Nauwe korfslak is zeer gevoelig voor zelfs de kleinste verstoringen van de bodem. Het was daarom de vraag of de verplaatste individuen op de nieuwe locatie tot een levensvatbare populatie zouden komen, mede omdat dit ook afhankelijk is van de omgevingsfactoren en de weersomstandigheden tijdens en na de translocatie. Uit het buitenland zijn geen voorbeelden bekend van translocaties van korfslakken. Afgesproken werd om na de translocatie de ontwikkeling van de populatie goed te monitoren om zo de resultaten vast te leggen.

Voorbereidingen
Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk Nauwe korfslakken naar het adoptiegebied zouden worden overgebracht en de dieren de translocatie zouden overleven, zijn in samenwerking met Bureau Vertegaal meerdere studies uitgevoerd. Zo werden de dichtheden van de populaties op het toekomstige lightrail-tracé onderzocht om te bepalen welke delen op het tracé de hoogste dichtheden bevatten. In een pilot-experiment werd een schatting gemaakt van de benodigde hoeveelheid tijd en menskracht om de populaties over te zetten naar het meest geschikte doel- of adoptiegebied. Verder werd binnen het Vinetaduin het beste adoptiegebied bepaald en een plan gemaakt om dit te optimaliseren als biotoop voor de slakken. In het adoptiegebied werd nauwgezet de situatie vóór de translocatie (T0-situatie) onderzocht en vastgelegd. Hetzelfde is gedaan in een controlegebied waar de soort niet naar toe werd verplaatst, maar dat wel op dezelfde wijze geschikter is gemaakt. Los daarvan werd ook onderzoek gedaan naar extra instandhoudingsmaatregelen voor deze en andere populaties van de Nauwe korfslak in het gebied Solleveld & Kapittelduinen.

Optimaliseren habitat vóór de translocatie
Om het leefgebied voor de Nauwe korfslak te verbeteren verwijderde de Stichting Landschapsonderhoud Rotterdam handmatig en kleinschalig, verspreid groeiende, bodemverzurende struik- en boomsoorten zoals Zomereik en Bosbraam. Plaatselijk werden bomen en struiken verwijderd om schaduwval te verminderen. Aangezien de Nauwe korfslak voorkeur heeft voor randzones van Duindoorns werd een aantal oude duindoornstruiken teruggesnoeid. Begrazing werd in het gebied al niet meer toegepast en zal met het oog op behoud van de huidige populatie helemaal niet meer plaatsvinden in het Vinetaduin.

Verzamelen en overzetten
Tijdens de pilotstudie was bepaald dat het mogelijk is om in het brongebied strooisel te verzamelen uit een gebied van circa 1.350 vierkante meter met de hoogste dichtheden aan Nauwe korfslakken. Berekend was dat daarbij circa 40.000 levende dieren zouden worden verplaatst. Vanaf eind februari tot en met begin maart 2019 werd deze strooiselverplaatsing uitgevoerd door het team van Landschapsonderhoud Rotterdam in samenwerking met een expert van Stichting ANEMOON. Daarbij werd het materiaal handmatig verzameld in grote plastic kuipen. Er is vanaf de rand van het uitgezette gebied naar binnen gewerkt zodat het te verzamelen bodemstrooisel niet werd betreden. De gevulde kuipen werden meteen naar het adoptiegebied gebracht en daar verwerkt. Het strooisel werd in een dunne, luchtige laag over het nieuwe gebied verspreid, zodanig dat er voldoende contact was met de daar aanwezige oude strooisellaag. Naar schatting is zo circa 11.000 liter strooisel overgezet.

Positieve resultaten monitoring 2020
In september 2020 is de eerste monitoringronde uitgevoerd. De resultaten waren boven verwachting. Er werden veel meer levende slakken in het adoptiegebied gevonden dan voor de translocatie. Tijdens de T0-meting in 2019 werden in het adoptiegebied slechts op 3 van de 25 monitoringlocaties lege huisjes aangetroffen en slechts op één punt een levend exemplaar. In 2020 werden op 21 van de 25 locaties huisjes aangetroffen, daaronder op maar liefst 16 plekken levende exemplaren. Duidelijk is dat de translocatie van strooisel met Nauwe korfslakken in het adoptiegebied succesvol is verlopen en ten minste een deel van de populatie de verplaatsing heeft overleefd. Omdat ook levende jonge dieren zijn aangetroffen en er dus voortplanting plaatsvindt, is de verwachting dat met het juiste beheer de aantallen verder kunnen toenemen.

In het controlegebied dat wel geschikter is gemaakt voor de Nauwe korfslak maar waar geen exemplaren naar toe zijn verplaatst, is de Nauwe korfslak op iets meer locaties waargenomen dan in 2019 en zijn in 2020 ook enkele levende dieren gevonden. Maar deze toename is zeer gering ten opzichte van die in het adoptiegebied waar de populatie is uitgezet. Het is aannemelijk dat de geringe verbetering van de populatie in het controlegebied kan worden toegeschreven aan de verbeterde omstandigheden.

Voortzetten van monitoring
Hoewel op voorhand onzeker was of translocatie van (strooisel met) Nauwe korfslakken wel zou leiden tot behoud en versterking van de populatie, ziet het ernaar uit dat de methode, mits zorgvuldig uitgevoerd, succesvol kan zijn. Momenteel is er vanuit het project met het bevoegd gezag afgesproken nog één monitoringronde (T2) uit te voeren.

Bij meerjarige slakken (een deel overwintert) en dergelijke grote aantallen overgezette exemplaren, is meerjarige monitoring gewenst om erachter te komen of de translocatie ook op langere termijn werkt en de populatie gezond blijft en standhoudt. Dan pas kunnen conclusies worden getrokken of translocatie in bepaalde gevallen – niet overal is het adoptie biotoop geschikt – een aanvaardbare mitigerende maatregel kan zijn bij noodzakelijke ingrepen in leefgebieden van de Nauwe korfslak. Het betreft hier vrijwel zeker het eerste strikt opgezette, goed meetbare translocatieproject van deze soort in Europa. Stichting ANEMOON en Stichting Duinbehoud adviseren de Provincie Zuid-Holland de monitoring na 2021, in het kader van het structurele beheer van het Natura-2000 gebied, voort te zetten. Het zou een gemiste kans zijn als de ontwikkeling qua aanwas, populatie-omvang en uitbreiding over het duinterrein niet verder gevolgd wordt. Verder pleiten beide organisaties er ook voor om nader onderzoek uit te voeren naar beheermaatregelen die een positief effect hebben op de Nauwe korfslak.

Tekst: Arno Boesveld, Stichting ANEMOON en Vertigo Research; Adriaan Gmelig Meyling, Stichting ANEMOON; Kees Vertegaal, Vertegaal Ecologisch Advies en Onderzoek; Olaf van Velthuijsen, Gemeente Rotterdam

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet