NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Regeling voor 'bestaand gebruik' natuurgebieden

27 okt 2006

Minister Veerman heeft tijdens het overleg met de Tweede Kamer aangekondigd dat hij een wijzigingsvoorstel op de Natuurbeschermingswet(Nb-wet) over bestaand gebruik gaat indienen. Deze wijziging geeft aan dat de vergunningplicht voor bestaand gebruik (niet voor nieuwe activiteiten) wordt opgeschort totdat het beheerplan wordt vastgesteld.

De Minister van LNV krijgt in de te wijzigen Nb-wet wel een zgn. aanschrijvingsbevoegdheid die gebruikt kan worden in alle situaties waarin opgetreden moet worden om te voorkomen dat bestaand gebruik in de periode totdat het eerste beheerplan voor het desbetreffende Natura 2000-gebied onherroepelijk is geworden, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kan verslechteren of waardoor er storende factoren optreden die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen een significant effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Primair zal die bevoegdheid worden gebruikt bij ecologisch urgente situaties. Dit zal waarschijnlijk maar in een beperkt deel van de 162 Natura 2000-gebieden gebeuren.

Met de inwerkingtreding van de gewijzigde Natuurbeschermingswet 1998 en het Kokkelvisserijarrest van het Europese Hof van Justitie is er een situatie ontstaan waarin niet alle bestaand gebruik zomaar, zonder consequenties, kan worden voortgezet. Ook (bepaalde vormen van) bestaand gebruik moeten worden getoetst op hun effecten voor de natuur.

Het is niet de bedoeling om alle bestaande activiteiten uitgebreid te beoordelen. Het gaat alleen om dát bestaand gebruik, dat door zijn aard of intensiteit tot een kwaliteitsverslechtering van het gebied of tot significante verstoring van Europees beschermde diersoorten in het gebied leidt.

De komende jaren worden voor alle 162 gebieden beheerplannen opgesteld. Dit is hét moment om af te wegen hoe de natuurdoelen het beste kunnen worden gehaald en hoe zich dit verhoudt tot bestaand gebruik. Wanneer bestaand gebruik geen probleem is, kan het worden gereguleerd in het beheerplan en is het daarmee vrijgesteld van de vergunningplicht. Staat het bestaand gebruik echter de natuurdoelen in de weg, dan wordt gekeken hoe de negatieve effecten kunnen worden gematigd. Het opleggen van de vergunningplicht moet echt het uiterste middel blijven.

Het opstellen van de beheerplannen kost tijd. Die tijd is ook nodig, omdat er zorgvuldige afwegingen moeten worden gemaakt. Het is onmogelijk en onwenselijk om -totdat de beheerplannen er zijn- bestaand gebruik overal op zijn effecten op de natuurwaarden te beoordelen.

Toch zal in de interimperiode optreden tegen bestaand gebruik soms noodzakelijk zijn. Het gaat dan om die gevallen waar moet worden voorkomen dat bestaand gebruik ertoe leidt dat de natuurwaarden onomkeerbaar verloren gaan. De Minister van LNV krijgt de bevoegdheid om in concrete gevallen aan te geven dat het gebruik moet worden aangepast of - in het uiterste geval- moet worden beëindigd.

De voorgestelde wijziging wordt besproken met de Europese Commissie. Alleen als die geen bezwaar heeft, kan de wijziging worden doorgevoerd.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet