NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

LTO positief over bijstellingen in nota Kaderrichtlijn Water

30 jan 2007

LTO Nederland reageert positief op de bijstellingen, die in de laatste nota over Europese Kaderrichtlijn Water zijn doorgevoerd. De zeer eenzijdige benadering van de milieubelasting door de land- en tuinbouw is er nu uit. "Daarmee wordt ook de onevenwichtige verdeling van de hoge kosten losgelaten", zegt Henk Veldhuizen, voorzitter van de LTO werkgroep Water. Toch moet volgens hem nůg een slag worden gemaakt, zodat "echt maatwerk wordt geboden en de door ons gewenste gebiedsgerichte benadering ook uit de verf komt".

Dit blijkt uit een brief van LTO Nederland aan de Tweede Kamer naar aanleiding van de decembernota over de uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze Richtlijn is eind 2000 door de EU-lidstaten vastgesteld. De nota is de tweede in een serie van drie, waarin een tussentijdse balans wordt opgemaakt van maatregelen, die tot 2015 moeten worden genomen om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater te garanderen. De nota's vormen de aanloop naar beheersplannen voor de stroomgebieden van de grote rivieren.

Als het met de ecologische kwaliteit van het buitenwater goed zit, mogen boeren en tuinders volgens LTO niet worden afgerekend op overschrijding van normen, die gelden voor bijvoorbeeld stikstof en fosfaat. Er bestaat wetenschappelijk grote twijfel en onzekerheid over de relatie tussen nutriŽntengehaltes in het water en de waterkwaliteit. Tussen verschillende gebieden en watertypes is de invloed van stikstof en fosfaat zeer wisselend, staat in de brief aan de Tweede Kamer.

LTO dringt er op aan dat het onzekere verband tussen waterkwaliteit en nutriŽntengehaltes in de volgende decembernota helder wordt benoemd. De wetenschappelijke onzekerheid rond normen overheerst en dat moet dan in de nota worden opgenomen. Desondanks staan in de nota voor natuurlijke wateren nu toch werknormen in absolute getallen of smalle marges. "Deze doen echter een nauwkeurigheid vermoeden, die in werkelijkheid niet bestaat en ook door de wetenschap niet kan worden onderbouwd", aldus LTO. De KRW vereist echter vaststelling en publicatie van normen.

De KRW schrijft ook voor dat normen voor kunstmatige en veranderde wateren worden vastgesteld. Deze moeten echter op gebiedsniveau worden bepaald, dus met inachtneming van regionale gebieds- en waterkenmerken. De conclusie van de LTO-werkgroep is kort en duidelijk: dit is in de praktijk onmogelijk. Veldhuizen: "Je kunt ondernemers niet confronteren met normen, die op drijfzand zijn gebaseerd. Het feit dat de normen ondergeschikt zijn aan het behalen van de ecologische kwaliteit is zonder meer positief. Maar dan moet je ook consequent zijn en uitsluiten dat ondernemers alsnog op die normen kunnen worden afgerekend. Wij willen dat dit zwart op wit wordt vastgelegd."

LTO heeft voorts grote twijfels over de mogelijke kostenstijging als gevolg van maatregelen, die in het kader van de KRW zullen worden doorgevoerd. In de decembernota wordt - door de toenemende lasten uit te smeren tot 2027 - een stijging geraamd van 2 procent. Een berekening van het landelijke overlegorgaan LBOW (ministeries en waterbeheerders) kwam tot en met 2009 uit op een jaarlijkse stijging van gemiddeld 5 procent. Een recente berekening van de Kamers van Koophandel (Rijn West) laat een lastenstijging in de periode 2006 - 2010 zien van in totaal meer dan 50 procent.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet