NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Rietkerk: “Samen voor een mooier Nederland”

21 september 2007

"De Volkskrant heeft met de Ruimtelijke agenda een waardevolle discussie over de openbare ruimte in Nederland op gang gebracht. De artikelen, opvattingen en debatten hebben tot een schat aan informatie en opvattingen geleid. Met de uitslag van de agenda ligt er een uitdaging bij overheden, instellingen en marktpartijen en de inwoners van Nederland om ons samen blijvend in te zetten voor de kwaliteit van de ruimte in Nederland. Als verantwoordelijk gedeputeerde in Overijssel pak ik die uitdaging graag op," aldus gedeputeerde Theo Rietkerk.

"Minister Cramer doet in haar artikel “naar een aantrekkelijk en duurzaam Nederland” in de Volkskrant van afgelopen zaterdag een eerste voorzet hoe zij vanuit haar rijksverantwoordelijkheid wil zorgen voor een evenwicht tussen dynamiek en ontwikkeling aan de ene kant en het behoud van de leefkwaliteit in Nederland aan de andere kant. Zij schrijft: “Ik zie dat ook, gebieden raken uit balans, verliezen hun identiteit en hun samenhang”. Zij wijst vervolgens naar gemeenten en provincies en suggereert dat die de oorzaak vormen van de onbalans. Zij kiest vervolgens voor de maatregel van bijsturen en nieuwe strengere regels, want “gemeenten en provincies moeten niet alleen oude bestemmingsplannen oplappen”. Zij lijkt te stellen dat een aantrekkelijk en duurzaam Nederland, een mooi Nederland gegarandeerd wordt door de rijksregie in de ruimtelijke ordening te vergroten.

Ik wil vooropstellen dat ik de ambities van de minister deel en dat ik luister naar de opvattingen en wensen van alle betrokkenen en gebruikers van de openbare ruimte zoals onder andere verwoord in de Volkskrant. De weg naar het waarmaken van die ambities is in mijn ogen en met mijn ervaring in de provincie Overijssel echter een andere dan de keuze van de minister. Een strenge vingerwijzing uit Den Haag is oude politiek zoals in de Volkskrant ook door een projectontwikkelaar treffend wordt verwoord: “Ik denk dat we op een keerpunt staan, mensen willen weg van de cultuur van afrekenbaar, meetbaar en rationeel. We moeten durven spreken over waarden als schoonheid, geschiedenis, beleving en trots. Dat vergt een andere mentale houding”.

Hoe dan wel? Allereerst wil ik benadrukken dat veel van de reacties in het debat in de Volkskrant gaan over de huidige inrichting van Nederland. Zoals de minister ook zegt, we zien het ook en we zien het nu. De huidige ruimtelijke inrichting van Nederland is het gevolg is van overheidsbeleid van 10 a 15 jaar geleden. In die tijd had het rijk meer zeggenschap en dus ook meer verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke ordening. De grote omslag in ruimtelijke ordening naar ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’ en dus een nieuwe grotere verantwoordelijkheid voor gemeenten en provincies is van recenter datum. Ik zou de minister dan ook willen oproepen om eerst samen te werken met provincies en gemeenten aan het behoud en het versterken van de kwaliteit in plaats van regels aan te scherpen voordat provincie, gemeenten en samenleving hebben laten zien wat we kunnen. De minister zou de provincies juist nu moeten uitdagen zich te bewijzen in hun nieuwe rol.

Complexe ruimtelijke vraagstukken hebben vaak een zwaartepunt op regionaal niveau. In de provincie zijn de risico’s en knelpunten bijna tastbaar. Daar bedreigen nieuwe ontwikkelen de bestaande kwaliteit en juist daar, in de regio is een ruimtelijk vraagstuk steeds vaker ook een complex cultureel en maatschappelijk vraagstuk. Maar, in de regio liggen ook de kansen en mogelijkheden om het goed te doen. De eigenheid / kwaliteit van gebieden is regionaal bepaald, het zelfde schaalniveau als de opgave. In Overijssel pakken we daarom de grote ruimtelijke vraagstukken steeds vaker op in relatie tot de omgeving, het gebied en alle ontwikkelingen en spelers die zich in dat gebied bevinden. Diverse partijen (overheden, marktpartijen, belangenorganisaties, burgers) hebben in dat gebied een eigen rol, wensen en belangen. De provincie is bij uitstek de overheid om de verschillende belangen te verbinden, vitale coalities te sluiten en op het juiste niveau richting te geven, initiatieven te nemen voor integrale gebiedsontwikkeling, afstemming tussen gemeenten, met maatschappelijke organisaties en daarbij zorg te dragen voor evenwicht tussen dynamiek en ontwikkeling aan de ene kant en het behoud van de leefkwaliteit in Overijssel aan de andere kant.

Hoe waarborgen wij dat evenwicht? Allereerst is met het dit jaar vastgestelde Overijsselse coalitieakkoord ‘vertrouwen, verbinden, versnellen’ ruimtelijke kwaliteit als een van de belangrijkste thema’s voor ons beleid en uitvoering neergezet. Ruimtelijke kwaliteit wordt daarmee leidraad in de omgevingsvisie, in de uitwerking van de nieuwe wet op de Ruimtelijke Ordening en bij de grote ruimtelijke vraagstukken waar Overijssel de komende jaren voor staat.

Dat doen we met de kennis en ervaring die we hebben opgedaan met het Atelier Overijssel waarin instellingen op het gebied van landschap, natuur, cultuurhistorie, welstand, beeldende kunst en architectuur samenwerken. Het Atelier vormt een onafhankelijke werkplaats voor ruimtelijke kwaliteit die de komende jaren zal groeien en nog sterker wordt ingezet. We doen dat in Overijssel ook door handreikingen en werkschriften ruimtelijke kwaliteit op te stellen die bruikbaar en inspirerend zijn voor onszelf en voor andere partijen in de regio en waarin we de kennis bundelen die we de afgelopen tijd werkenderweg hebben opgedaan. We doen dat ook door voorbeeldprojecten (zoals IJsseldelta en de A1-zone) en het inzetten van het o.m. het programma reanimatie industrieel en agrarisch erfgoed en een nieuw actieprogramma Cultuur & Ruimte, waarmee we cultuur, cultureel erfgoed, ontwerpkwaliteit, regionale identiteit en educatie een plek geven in de integrale aanpak van ruimtelijke vraagstukken.

Ik realiseer mij dat om de Overijsselse aanpak te laten slagen een goede samenwerking met de partners, opbouwende onderlinge kritiek en de gezamenlijke inzet van kennis en kunde over ruimtelijke kwaliteit voorwaarden zijn. Naast de gemeenten is het rijk voor ons een belangrijke partner. Extra rijksregels en meer rijksregie helpen Overijssel echter niet in het behalen van de ambities. Een rijksoverheid die met ons meewerkt door rijksprogramma’s in te zetten om regionale gebiedsontwikkeling te versterken, die ruimtelijke kwaliteit op nationaal niveau integraal en interdepartementaal agendeert, die kennisontwikkeling en –beschikbaarheid van die kennis stimuleert, die goede voorbeelden benoemt en presenteert en regionale pilot-projecten ondersteunt draagt naar mijn mening veel meer bij aan een Mooier Nederland."

Theo Rietkerk
Gedeputeerde Ruimte en Milieu in de provincie Overijssel


Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet