NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Uitzetten van diersoorten voor herstel van populaties succesvol

27 aug 2008

Het uitzetten van diersoorten die geheel of voor een deel uit Nederland waren verdwenen, is voor de meeste soorten succesvol verlopen. Ongeveer de helft van de herintroducties had succes.

Herintroductie van negentien soorten
Van negentien soorten dieren zijn in de afgelopen dertig jaar exemplaren in het wild uitgezet om de populaties te herstellen. Bij de bever, de hamster, de raaf, de ooievaar en het pimpernelblauwtje zijn deze uitzettingen succesvol verlopen, al is bij de raaf de aanvankelijke toename inmiddels gestabiliseerd.

Minder succesvol zijn de herintroducties van het donker pimpernelblauwtje en de zilveren maan. Het uitzetten van de vlagzalm en de bosparelmoervlinder is mislukt. Voor een aantal soorten ten slotte is het nog te vroeg om te kunnen beoordelen of de herintroductie een succes is.

Fokprogramma’s
De soorten die uitgezet zijn bij een landelijke herintroductie zijn altijd afkomstig uit in het wild levende populaties in het buitenland. De genetische samenstelling van de populatie moet zoveel mogelijk overeenkomen met de verdwenen Nederlandse populatie. Om over voldoende dieren te kunnen beschikken, worden ook wel fokprogramma_s opgezet. Dat is bijvoorbeeld gebeurd bij de hamster en de korhoen. Voor lokale herintroducties wordt ook gebruik gemaakt van dieren afkomstig van Nederlandse populaties.

Een oude praktijk
Het uitzetten van dieren in het wild, zowel van inheems en uitheemse soorten is een eeuwenoude praktijk. In het verleden ging het vooral om soorten waarop gejaagd of gevist werd zoals het wild zwijn, edelhert, damhert, moeflon, konijn, patrijs, fazant en snoekbaars. Tegenwoordig gebeurt het uitzetten van dieren vrijwel uitsluitend om reden van natuurbescherming.

Bron:
Milieu- en Natuurcompendium.


Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet