NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Meerjarenplan voor schol en tong werkt

19 dec 2008

Het meerjarig beheerplan voor schol en tong werpt zijn vruchten af. Het gaat beter met de tong en schol. Europese vissers mogen dan ook meer van deze soorten opvissen. Ze mogen in 2009 14.000 ton tong vangen op de Noordzee. Dat is 9% meer dan in 2008. De totaal toegestane vangsthoeveelheid voor schol gaat met 13% omhoog naar 55.500 ton. Dit hebben de Europese visserijministers in Brussel besloten.

Toegestane vangsthoeveelheden
In het meerjarenplan voor schol en tong spreken de Europese lidstaten af dat de visserijsterfte gedurende een langere periode elk jaar met 10% omlaag gaat om het bestand de gelegenheid te geven te groeien. Visserijsterfte betekent dat deel (een vast percentage) van een visserijbestand dat vissers mogen opvissen. Minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is hier verheugd over. "Het meerjarig beheerplan slaat aan: het tong- en scholbestand is gegroeid. Dat betekent winst voor zowel de vis als de visser", aldus Verburg.

Tong en schol zijn voor de Nederlandse visserijsector de belangrijkste vissoort. 75% van de totaal toegestane vangsthoeveelheid van tong in de Europese Unie is in handen van de Nederlandse sector. Voor schol is dat 37%.

Voor andere platvissoorten in de Noordzee (de zogeheten geassocieerde soorten) zoals tarbot en griet, schar en bot, tongschar en witje stelde de Commissie een verlaging van 10% voor. De geassocieerde soorten worden bijgevangen in de schol- en tongvisserij. Mede op verzoek van Nederland zijn de totaal toegestane vangsthoeveelheden voor deze soorten gehandhaafd op het huidige niveau. Een wetenschappelijke onderbouwing van de voorgestelde verlaging onderbrak volgens Verburg. De omvang van deze bestanden is stabiel. Daar komt bij dat vissers meer tong en schol mogen vangen. Daar vangen ze ook andere platvissoorten bij. Met een verlaging van de totaal toegestane vangsthoeveelheid zouden vissers het risico lopen dat ze deze geassocieerde soorten weer overboord moeten zetten omdat de quota te laag zouden zijn vastgesteld (discards).

De ministers hebben verder afgesproken dat de totaal toegestane vangsthoeveelheid voor kabeljauw stijgt met 30% en voor haring daalt met 15%. Met de blauwe wijting gaat het niet goed. Nederlandse vissers mogen 58% minder vissen van deze soort. De totaal toegestane vangsthoeveelheid voor makreel stijgt met 33%. Voor horsmakreel heeft de Landbouw- en Visserijraad besloten tot een status quo van de toegestane vangsthoeveelheid.

Elk jaar stellen de visserijministers tijdens de decemberraad de totaal toegestane vangsthoeveelheden (Total Allowable Catches of TACs) voor de verschillende vissoorten vast. Zij doen dat op basis van adviezen van internationale visserijbiologen van de International Council on the Exploration of the Sea (ICES), de Scientific Technical Economical Committee on Fisheries (STECF), en de Regionale Advies Raden (RACs). De totaal toegestane vangsthoeveelheden worden volgens een vaste verdeelsleutel in nationale quota opgedeeld en aan de Europese lidstaten toegewezen.

Teruggooi van vis
De visserijministers hebben afspraken met Noorwegen gemaakt over het beperken van teruggooi van vis die niet gewenst is omdat de vis ondermaats is, of omdat een visser geen quotum voor de soort heeft, of omdat de markt geen interesse in de vis heeft (discards). Vanaf 1 januari 2009 geldt een verbod op het overboord gooien van marktwaardige vis. Ook worden vanaf uiterlijk 1 september 2009 bepaalde gebieden op zee waar veel jonge vis zit gesloten voor visserij. In de kabeljauwvisserij worden maatregelen genomen voor een meer selectievere visserij. Dit kan bijvoorbeeld door aanpassingen aan de netten. Minister Verburg maakt zich ernstig zorgen over het overboord zetten van vis en is dan ook blij dat er afspraken zijn gemaakt om teruggooi te beperken en selectiviteit in de visserij te stimuleren. "Vis teruggooien is een grote verspilling. Als we discards weten terug te dringen is dat een enorme stap in duurzaamheid. Daarom moet dit topprioriteit worden", aldus Verburg.

Zeedagen
Het aantal zeedagen (aantal dagen dat platviskotters mogen uitvaren) wordt verlaagd met 9.5%. Dit is in overeenstemming met het meerjarenplan voor tong en schol. Voor vissers die kabeljauw vangen, komt er een korting op de zeedagen van 25%. Dit is overeenkomstig het kabeljauwherstelplan. Er is wel afgesproken dat het aantal zeedagen tussentijds kan worden verhoogd als blijkt dat vissers niet genoeg dagen hebben om het quotum op te vissen.

Pulsvisserij
De pulskor krijgt, net als vorig jaar, een vrijstelling voor 5% van de vloot. De vrijstelling geldt in principe voor één jaar. De pulskor is een vistuig waarbij tong en schol met behulp van elektrische prikkels los komen van de zeebodem. De pulskor leidt tot minder bodemberoering, aanzienlijke besparing van brandstof, selectievere visserij en betere kwaliteit van de vis. Verburg heeft goede hoop dat de Commissie nog volgend jaar een voorstel doet voor definitieve toelating van het pulsvisserij zodat vissers gemakkelijk tot investeringen over kunnen gaan.

Balans tussen biologie en economie
Minister Verburg is tevreden met de uitkomst van de raad. "De besluiten houden rekening met de visbestanden en bieden tegelijkertijd perspectief voor de visserijsectoren. De afspraken leiden tot biologische en economische duurzaamheid. Voor sommige vissoorten is de totaal toegestane vangsthoeveelheid verlaagd, maar waar het biologisch mogelijk is zijn ze verhoogd", aldus Verburg.


Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet