NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Daarheen met het veen

7 okt 2009

Het Nederlandse veenweidelandschap, met zijn smalle percelen en brede sloten, is uniek in de wereld. Door ontwatering voor de veehouderij verdwijnt de veenbodem echter snel. Het onderzoekprogramma "Waarheen met het veen?" heeft hiervoor nu concrete oplossingen uitgewerkt. Met aangepast peilbeheer, aangevuld met een nieuwe techniek voor drainage en infiltratie van slootwater, zijn er goede perspectieven voor het behoud van dit oer-Nederlandse landschap, inclusief grazende koeien en gruttos in het veld.

De bodem onder ons veenweidelandschap verdwijnt in steeds sneller tempo. In het jaar 0 bestond Nederland voor bijna 50% uit veen, in 1970 was dat 25%, en in 2000 nog maar 8% (

). Oorzaak is vooral de drooglegging van de veenbodem die nodig is voor de moderne melkveehouderij. Het veen verteert vervolgens omdat er zuurstof bij komt. Op dit moment daalt een veenbodem vaak al meer dan 1 meter per eeuw. Door klimaatverandering kan dit oplopen tot bijna 2 meter.

De oplossing voor het probleem van de bodemdaling ligt bij het waterbeheer, zegt Cees Kwakernaak, projectleider en onderzoeker van Alterra, onderdeel van Wageningen UR. Hoe hoger het waterpeil, hoe minder de bodemdaling, maar ook: hoe minder kansen voor de landbouw. Door het aaneenschakelen van kleinere gebieden met verschillend peilbeheer tot grotere peilgebieden worden lagere delen natter dan voorheen, hetgeen de vertering van het veen in de snelst dalende veengebieden stopt. Daar ontstaan kansen voor natuur. Elders blijft veehouderij mogelijk, zeker wanneer zogenaamde onderwaterdrains worden toegepast. Dit zijn drainagebuizen die permanent onder slootpeil blijven liggen. In droge zomers zorgen de drains voor een betere toevoer van slootwater naar de percelen waardoor de veenbodem minder uitdroogt en inzakt. In het natte voorjaar voeren de drains juist grondwater af naar de sloot. In het onderzoek is gemeten dat onderwaterdrains kunnen leiden tot 50% vermindering van de bodemdaling, terwijl de geschiktheid voor de landbouw nog verbetert omdat koeien en machines eerder het land op kunnen.

Alterra heeft samen met andere onderzoekinstellingen en adviesbureaus (

) onderzocht welke maatregelen effectief zijn om de bodemdaling te remmen, en hoe die doorwerken naar landbouw, natuur en landschap. Over dit onderzoekproject Waarheen met het Veen? wordt op 8 oktober in Alphen aan den Rijn een symposium gehouden. Dan verschijnt ook een boek met resultaten van het onderzoek

Rijksoverheid, provincies en waterschappen staan nu voor de uitvoering van maatregelen om de bodemdaling te remmen, in samenhang met de zorg voor natuur, landbouw en landschap. Hiervoor heeft het Kabinet, ondanks de economische recessie, onlangs 113 miljoen euro beschikbaar gesteld. Provincies en waterschappen vullen dat aan tot zon half miljard euro Dit budget moet in de periode tot 2015 worden besteed aan maatregelen en projecten die effectief zijn tegen verdergaande bodemdaling, maar die ook haalbaar zijn, dus maatschappelijk en politiek acceptabel.

(

) In totaal is er in Nederland 223.000 hectare veenweidegebied. Hiervan ligt ca. 50.000 ha in het Groene Hart, 50.000 in Noord-Holland (benoorden het IJ) en de rest in Friesland en Noordwest-Overijssel. Iets minder dan de helft van deze veengronden heeft geen afdekkende kleilaag en is kwetsbaar voor bodemdaling. De huidige daling is gemiddeld 1 meter per eeuw, bij diepere ontwatering zoals in Friesland gaat het nog sneller. Veenbodems met een afdekkende kleilaag dalen ongeveer 50% minder snel. Bij een hoog slootpeil (30 cm onder maaiveld) is de bodemdaling daar zon 10 cm per eeuw.

(

) de partner instellingen:

Centrum Landbouw en Milieu

Royal Haskoning

LEI Wageningen UR

Universiteit Utrecht

Vrije Universiteit Amsterdam

Planbureau voor de Leefomgeving

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet