NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Nieuwe, harde werkelijkheid natuurbeleid leidt tot introspectie

29 mrt 2012

Het lijkt wel een donderslag aan de heldere hemel. Ineens is natuur uit en wetenschap onbetrouwbaar. In Driebergen confereerden daarom op 22 maart 2012 een honderdtal wetenschappers en beleidsmakers over de vraag 'Nieuwe kennis voor een nieuw natuurbeleid?'. Tijdens het door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), de WLO en Wageningen UR georganiseerde symposium bleek dat wetenschappers assertiever moeten zoeken naar aansluiting bij de leefwereld van de burger.

Dagvoorzitter Matthijs Schouten maakte in zijn inleiding met een anekdote pijnlijk duidelijk hoe het met de positie van de wetenschap in het natuurbeleid is gesteld. Hij vertelde over een Kamerlid die naar aanleiding van een wetenschappelijk rapport over de gevolgen van vossen voor de gruttostand zei: dat kunnen ze nu wel zeggen, die wetenschappers, maar mijn buurman zegt dat het anders zit.

Elitair
"Wat goed is voor de natuur bepaalde de wetenschap", blikte Schouten terug op de afgelopen decennia. "Dat lijkt ineens veranderd. De politiek, het beleid en de staatssecretaris bepalen nu wat natuur is. Die weten ook beter dan de wetenschap wat de samenleving wil. Dat is gewone natuur, niet de zeldzame soorten. In feite is de wetenschap opzij geschoven als zijnde elitair."

Ed Nijpels sloot hierbij aan in zijn presentatie als voorzitter van het Bosschap. "Ik vind het verontrustend dat het puikje van de wetenschap hier bijeen is om zich te bezinnen, omdat een staatssecretaris nieuw beleid inzet. Dat beleid is niet gebaseerd op een visie, maar op bezuinigingen en ademt agressie naar het oude beleid en de groep mensen die dat gestalte heeft gegeven."

De waarheid
De wetenschappers en beleidsmakers in de zaal hadden volgens Nijpels best wat duidelijker mogen vertellen hoe succesvol het natuurbeleid sinds 1990 eigenlijk is. Kwistig strooiend met citaten uit nota's als het Structuurschema en de Nota Ruimte hield hij de zaal voor: "Dit blijft de waarheid". Om vervolgens te concluderen dat het huidige kabinet die waarheid niet aanvaardt.
"We mogen het onszelf wetenschappers en maatschappelijke organisaties aanrekenen dat het zo is gegaan", stelde Nijpels. "Iedereen moet bezuinigen, maar niemand kan mij uitleggen waarom op natuur zeventig procent wordt bezuinigd en op andere beleidsterreinen tien tot twintig procent."

Assertiever
Er werd ook weinig gedaan met de wetenschappelijke toetsing van het natuurbeleid. Als mooi voorbeeld hiervan noemde Nijpels de toch wat verbazingwekkende conclusie dat in de Natuurbalans vijftien jaar op een rij werd geconstateerd dat de doeleinden van de ecologische hoofdstructuur (EHS) niet worden gehaald. Blijkbaar maakte zelfs de herhaling van de negatieve boodschap geen indruk, en misschien was dat wel een voorbode van wat er zich nu voltrekt.

Wetenschappers moeten assertiever worden richting politiek, vond Nijpels. "Laat je niet misbruiken voor politieke doeleinden." Als voorbeeld noemde hij de Duitse wetenschappers die door staatssecretaris Henk Bleker werden gevraagd voor een zoveelste contraexpertise rondom de ontpoldering van de Hedwigepolder. "Uitspraken van wetenschappers worden ook uit de context gehaald en misbruikt. In de evaluatie van het Natuurakkoord door het PBL stond als eerste zin: de natuur gaat hierdoor achteruit. Zegt Bleker: het PBL ondersteunt mijn beleid."

Pleitbezorger
Het verhaal van Nijpels sloot naadloos aan bij de wetenschappelijke analyse van Esther Turnhout van de leerstoelgroep Bos- en Natuurbeleid aan de Wageningen Universiteit. Zij onderscheidde vier rollen van wetenschappers: de pure wetenschapper, de scheidsrechter, de makelaar en de pleitbezorger.

Turnhout was verbaasd dat ook de wetenschappers zichzelf nog steeds zien als een objectieve leverancier van kennis en feiten. "Wat gebeurt er als je als wetenschapper terechtkomt in een politieke arena? Kun je dan nog wel zeggen: ik gooi de feiten over de schutting en zie wel wat er van komt?" Iedere wetenschapper is pleitbezorger, stelde Turnhout. "Ik vind dit geen probleem, maar het wordt wel problematisch als de rol als pleitbezorger onder de oppervlakte verdwijnt."

Kijkrichtingen
De wetenschap kan twee dingen doen in de huidige situatie, aldus Turnhout. "Je kunt aanhaken en meepraten in het nieuwe discours over ecosysteemdiensten en economisch gewin, maar het is nu uiterst urgent om je af te vragen of het niet tijd is om een tegendiscours te organiseren en nieuwe coalities te zoeken."

Directeur Maarten Haijer van het PBL presenteerde de vier kijkrichtingen op natuur, waarmee het PBL de toekomst van de Nederlandse natuur verkent: vitale natuur met internationaal belangrijke natuur als leidraad, beleefbare natuur met beleving als belangrijkste waarde, functionele natuur met maatschappelijke producten en diensten als doel, en inpasbare natuur waarbij de economie allesbepalend is.

Verhalen
De vier kijkrichtingen zijn een voorbeeld van hoe wetenschappers en beleidsmakers vanuit diverse perspectieven kunnen kijken naar het natuurbeleid, waarvan de doelen ter discussie staan. Haijer: "Hoe kan de wetenschap meedenken over het beleid? Daar moeten we een model voor ontwikkelen. We moeten kijken of we kunnen helpen met het ontwikkelen van een visie die overeind blijft." Haijer vertelde dat het PBL bezig is met pilots bij de provincies om een meer decentrale rol te vervullen.

Kris van Koppen van de leerstoelgroep Milieubeleid van Wageningen Universiteit had een tegenvoorstel voor de kijkrichtingen: wetenschappers moeten verhalen vertellen om natuur meer in het hart van de samenleving te krijgen. Van Koppen noemde vier verhalen: over de argumenten en emoties om aan natuurbescherming te doen, over het gedrag en de betekenis van dieren, over de natuur in de woonomgeving, en over de natuur als collectief goed. Voor elk verhaal zijn er volgens Van Koppen diverse onderzoeksvragen te formuleren.

Paradigmaverschuiving
De forumdiscussie culmineerde in het begin vooral in een zoektocht hoe wetenschap kan zorgen dat natuur weer aansluit bij de leefwereld van de burger. "Ik hoor hier alleen maar pleitbezorgers", verzuchte gespreksleider Schouten. "Het maatschappelijk draagvlak voor natuur was vroeger ook niet groot", reageerde Henri Kool van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. "Maar dat konden we ons veroorloven."

"De huidige paradigmaverschuiving is om meer naar een multifunctioneel landgebruik te gaan", vervolgde Kool. "De tegenstelling tussen natuur en landbouw helpt beide partijen niet verder. Daar moet je kennisontwikkeling op inzetten. Hoe kun je natuur en landbouw verenigen? Hoe kun je mensen inzetten als landschapsbeheerder?"

Kennisvragen
Zo ontstonden de eerste kennisvragen. Turnhout noemde voeding en eten als nieuwe invalshoek. "Het is opvallend dat daar weinig aandacht voor is." Adriaan Guldemond van CLM reageerde positief. "Eten uit de natuur is het sterkste middel om draagvlak voor natuurbeheer te vergroten."

In de middag werd de discussie voortgezet aan de hand van de vier kijkrichtingen van vitale natuur, beleefbare natuur, functionele natuur en inpasbare natuur. Ook hier leek het, net als aan het begin van de forumdiscussie, alsof mensen vooral pleitbezorger waren van een kijkrichting. De discussies gingen vooral over de kijkrichtingen zelf, al waren er bij vlagen sprankjes zelfreflectie zichtbaar over de rol van wetenschap in het natuurbeleid.

Hart
Opvallend was het toch wel grote verschil in sfeer in de groepen. Bij de groep die sprak over vitale natuur ging het vooral over natuurlijke processen en criteria die daarvoor ontwikkeld zouden moeten worden. Bij de discussie over functionele natuur spraken veel mannen in pakken over 'monetariseren' en afwegingen tussen verschillende soorten kosten. De discussie over natuurbeleving trok opvallend veel vrouwen, die tevens de meeste aandacht hadden voor de psychologie van de natuurwetenschapper. De groep die praatte over inpasbare natuur, werd gedomineerd door beleidsmakers en onderzoekers.

"Is het redden wat er te redden valt, of is er een nieuw spoor uit te zetten met nieuwe coalities?", zo formuleerde Schouten de kernvraag waar menig wetenschapper na het symposium mee naar huis ging. "We moeten ook kijken naar waarden en perspectieven, feiten alleen kan niet meer." Schouten vestigde zijn hoop op de jonge generatie. "De wezenlijke motieven voor natuurbescherming en -behoud liggen dichter bij het hart dan bij het hoofd. Bij de jonge generatie zie ik dat gevoel terug."


Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet