NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

Planten en dieren erger bedreigd door klimaatverandering dan gedacht

11 apr 2012

Planten- en dierensoorten kunnen door klimaatverandering de mogelijkheid verliezen om zich aan te passen. Dat blijkt uit het onderzoek van Marleen Cobben waarop zij 17 april 2012 hoopt te promoveren aan Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR. Cobben laat via computerberekeningen zien dat de genetische basis van planten en dieren sterk achteruit gaat door klimaatverandering. Die smallere genetische basis maakt de soorten extra kwetsbaar, bijvoorbeeld voor ziektes. Versnippering van landschap en verlies van natuurgebieden versnelt de achteruitgang van de genetische basis.

Cobben laat zien dat klimaatverandering er voor zorgt dat vooral de populaties aan de noordkant van het verspreidingsgebied van een soort, zich verder naar het noorden vestigen. Die populaties bevatten echter minder genetische variatie dan de populaties die in het midden van het verspreidingsgebied voorkomen. Zo worden de populaties die zich verder noordwaarts vestigen, genetisch armer.

De populaties in het midden van het verspreidingsgebied hebben meer genetische variatie: van ieder gen komen er veel verschillende varianten voor. Uit het onderzoek van Cobben blijkt dat die grote genetische variatie in deze populaties bij de verhoging van de temperatuur niet snel genoeg mee kan schuiven naar het noorden. Als deze populaties uitsterven, gaat er dus genetische variatie verloren. En dit verlies is definitief: er verdwijnen genvarianten voor goed uit de soort. De soort als geheel wordt dus ook genetisch armer.

Door de verkleining van de genetische basis van planten- en dierensoorten, worden ze extra kwetsbaar voor bedreigingen zoals ziektes. Er zijn immers minder genvarianten aanwezig, waardoor de kans kleiner is dat er een genvariant aanwezig is die de plant of het dier weerbaar maakt tegen de bedreiging. De soort verliest daardoor aanpassingsvermogen.

De computerberekeningen van Cobben werpen een nieuw licht op het effect van klimaatverandering op wilde planten en dieren. Eerder werd gedacht dat soorten die niet goed kunnen opschuiven zich wel zouden aanpassen aan de nieuwe klimaatomstandigheden. Dus aanpassing als een alternatieve overlevingsstrategie. Maar als de juiste genvarianten niet snel genoeg op de juiste plek kunnen komen zijn planten en dieren dus minder klimaat-robuust dan gedacht.

Volgens Cobben onderstrepen haar bevindingen het belang van het behouden of creëren van grote natuurgebieden en van verbindingen tussen natuurgebieden. Cobben: Daarmee kopen we tijd. Het behoud van genetische diversiteit voor de soort is gekoppeld aan het voortbestaan van de populaties in het centrum van het verspreidingsgebied. Hoe langer die overleven, hoe groter de kans dat die genvarianten kunnen mee-migreren naar het noorden. Als die verplaatsing geblokkeerd wordt door barrières in het landschap, zal de genetische variatie extra snel achteruit gaan, waardoor de soorten nóg sneller kwetsbaar worden voor nieuwe bedreigingen zoals ziektes.

Cobben deed haar onderzoek aan de middelste bonte specht, een spechtensoort die de afgelopen jaren steeds vaker in Nederland voorkomt. De middelste bonte specht is een zogenoemde modelsoort, een soort die heel geschikt is voor dergelijk ecologisch onderzoek.

Spechten zijn juist nu, in het vroege voorjaar, het beste te vinden: ze zijn actief, maken roffelgeluiden en zijn goed te zien doordat er nog nauwelijks bladeren aan de bomen zitten.

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet