Natuurnet uw kennismakelaar 

 
 
      


Doelen Staatsbosbeheer gehaald maar toestand Nederlandse natuur reden tot zorg

24 juni 2004

De doelen die voor Staatsbosbeheer gelden op het gebied van natuur, recreatie en landschap zijn in 2003 in het algemeen gehaald. Het beheer van onze natuurgebieden alleen zal in de toekomst echter onvoldoende zijn om de kwaliteit van de natuur te waarborgen. De druk op de ruimte in Nederland is groot. Staatsbosbeheer gaat daarom haar organisatie aanpassen om nog sterker voor de belangen van natuur, recreatie en landschap op te komen.

In algemene zin gaat het echter nog niet goed met de Nederlandse natuur. Veel planten en dieren gaan in aantallen achteruit. Het landelijk gebied buiten de beschermde gebieden vormt door verstedelijking en intensieve landbouw een steeds grotere barrière voor planten en dieren (Natuurbalans 2003).

De gebieden van Staatsbosbeheer (in 2003 ruim 240.000 ha, vergelijkbaar met de grootte van de provincie Overijssel) zijn van groot belang voor de natuur in Nederland. Staatsbosbeheer beheert, geheel of gedeeltelijk, 76% van alle internationaal aangewezen Vogel- en Habitatrichtlijngebieden in Nederland.

Staatsbosbeheer slaagt er dankzij intensief natuurbeheer in om veel gebieden op peil te houden en soms een stapje vooruit te maken. In een deel van de gebieden lukt het niet. Om natuur in Nederland robuust genoeg te maken om zelfstandig te kunnen overleven zijn grote aaneengesloten gebieden en goede milieu-condities noodzakelijk. Realisering van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), verbindingszones tussen natuurgebieden en aanpak van milieu- en waterkwaliteit blijft van levensbelang.Ook landschap en cultuurhistorie verdienen extra aandacht. Staatsbosbeheer juicht de plannen voor de inrichting van nationale landschappen toe, maar maakt zich zorgen over de realisatie.

Staatsbosbeheer maakt zich sterk voor de belangen van natuur en landschap in Nederland, waar de druk op de ruimte alleen maar groter wordt. De organisatie Staatsbosbeheer zal daarop aangepast gaan worden. Zo zal zij zich ook richten op directe participatie bij gebiedsontwikkeling. Om efficiënter te kunnen werken en om beter aan te sluiten op bestuurlijke netwerken zal onder meer het aantal regiokantoren in 2005 teruggebracht worden van acht naar vier.