NATUURNET
      Natuurnet
uw kennismakelaar 



terug naar inhoudsopgave

De ernstige effecten van drie droge jaren

29 juni 2021

De afgelopen droge jaren maken het noodzakelijk om ingrijpende maatregelen te nemen op de schaal van stroomgebieden. Alleen dan lukt het om hoogvenen en natte heiden, schraallanden, moerassen en broekbossen voor de toekomst te bewaren en te herstellen. Dat is de boodschap van een brochure die het Kennisnetwerk OBN liet maken over de gevolgen voor natuurgebieden van de recente droge jaren.

De successie van de vegetatie, de standplaatsomstandigheden van de vegetatie en habitats van diersoorten zijn door de droogte op grote schaal ingrijpend en soms onomkeerbaar veranderd. Populaties van ernstig bedreigde soorten zijn door de droogte van de afgelopen drie jaar verdwenen en zullen niet terugkeren. Het is daarom noodzakelijk om ingrijpende maatregelen te nemen op de schaal van stroomgebieden. Alleen dan lukt het om hoogvenen en natte heiden, schraallanden, moerassen en broekbossen voor de toekomst te bewaren en te herstellen. Dat is de boodschap van de brochure 'Droogte ingrijpend voor natuur in hoog Nederland die het Kennisnetwerk OBN liet maken over de gevolgen voor natuurgebieden van de recente droge jaren.

De laatste jaren zijn regelmatig temperatuurrecords gebroken en treden er meer hittegolven op. Ook treedt er steeds vaker een droge periode op, zoals in de zomers van 2018, 2019 en 2020. Nederlandse natuurgebieden hebben daar ernstig onder te leiden, zelfs wanneer de neerslag- en grondwatertekorten weer snel worden aangevuld. In de brochure 'Droogte ingrijpend voor natuur in hoog Nederland' laten onderzoekers zien welke ecosystemen door de droogte veranderen en welke mechanismen daarachter zitten. Een voorbeeld is de opmars van verschillende invasieve exoten uit voorheen warmere streken. Boomsoorten die last hebben van de droogte, worden extra kwetsbaar voor nieuwe ziekten en parasieten en de droogtegevoeligheid van bomen wordt zichtbaarder naarmate de droogte langer aanhoudt. Waren het in 2018 nog vooral fijnsparren die aangetast werden, in 2019 en 2020 is de vitaliteitsvermindering en sterfte ook bij de andere soorten steeds meer zichtbaar. De komende jaren zal nog een aanzienlijk deel van de bomen sterven door de schade die in afgelopen drie jaar opgelopen is.

Overigens waarschuwen de onderzoekers voor de te gemakkelijke redenering dat soorten misschien verdwijnen door de droogte, maar dat er ook weer andere voor terug komen. De redenering klopt, maar het verlies aan soorten is veel groter dan de winst die de droogte oplevert aan soorten.

Effecten niet altijd voorspelbaar
De brochure gaat verder dan alleen de directe effecten van minder water. Droogte heeft namelijk ook invloed op allerlei chemische processen in de bodem die meestal negatief uitpakken voor ecosystemen. Een relatief eenvoudig voorbeeld daarvan is dat door de droogte steeds vaker open plekken in de bossen zullen voorkomen omdat bomen of andere vegetatie doodgaan. Op die opengevallen plekken kan meer zonlicht de bodem bereiken. Deze plekken zullen verruigen, mede vanwege de doorgaande hoge stikstofdepositie en de geaccumuleerde stikstof in de bodem.

De opstellers laten aan de hand van beschikbare data en onderzoeksgegevens zien dat de effecten van de droogte ook bij hetzelfde ecosysteem heel erg kunnen verschillen. Zo veroorzaakten de recente droogten in sommige vennen een toename van sulfaat (oxidatie van gereduceerd zwavel uit de bodem) en in andere juist een vermindering (door toegenomen zwavelreductie bij hogere temperaturen). Vergelijkbare processen spelen bij ammonium en zuurgraad. Verminderde toestroming van (ijzerrijk) grondwater vergroot de fosfaat- en sulfaatverrijking. Door sulfaatverrijking kan het water zuurder worden, waardoor de afbraak van organisch materiaal afneemt en de sliblaag dikker wordt.

Niet altijd direct zichtbaar
Wat het ook lastig maakt om de effecten te beoordelen, is dat ze lang niet altijd direct zichtbaar zijn. Sommige gevolgen worden pas merkbaar als er weer voldoende neerslag gevallen is om grondwaterstromen opnieuw te activeren. En de veranderingen in bodem- en waterchemie en in de dichtheden van planten- en diersoorten door droogte, hebben vervolgens ook weer onherroepelijk effecten op de voedselketen. Vanwege de vele interacties en terugkoppelingen in een voedselweb zijn effecten van droogte niet eenvoudig te herkennen en verklaren.

Grootschalige maatregelen
Het goede nieuws is dat verdrogings- én droogtebestrijding daadwerkelijk gunstige effecten hebben, zo blijkt in de praktijk. In de middenloop van het Reestdal bijvoorbeeld; daar steeg de gemiddelde grondwaterstand door beekpeilverhoging, het dempen van greppels en terugkeer van heiden. In de droge zomers van 2018 en 2019 zakten de grondwaterstanden veel minder ver uit dan in vergelijkbare gebieden zonder zulke maatregelen. Ook in het broekbos De Zumpe bij Doetinchem zorgde het dichten van een duiker in een diepe, veel grondwater afvoerende sloot voor een verhoging van het waterpeil. Daardoor waren de voorjaarswaterstanden van 2020 even hoog als die in normale jaren – en niet lager, zoals in heel veel andere gebieden – en hielden ze bovendien behoorlijk lang aan. Alle kwetsbare soorten overleefden de derde droge zomer op rij.

Het is daarom absolute noodzaak en bovendien effectief, zo stellen de onderzoekers, om de verdrogingsbestrijding veel voortvarender op te pakken dan tot nu toe gebeurt. “Maar met alleen maatregelen in natuurgebieden zijn we er niet. Ook de omgeving van natuurgebieden moeten we erbij betrekken. Dat betekent een aanpak op landschapsschaal, met maatregelen op de schaal van stroomgebieden en deelstroomgebieden. Aanvullende lokale maatregelen zorgen voor het benodigde maatwerk en het versterken de effecten van grootschalige maatregelen. Alleen dan lukt het onze hoogvenen en natte heiden, schraallanden, moerassen en broekbossen voor de toekomst te bewaren en te herstellen, en ze hun ecosysteemdiensten te laten vervullen.”

Zoekt u een adviesbureau? Ga naar de zoekpagina  

terug naar inhoudsopgave of terug naar de homepage van het Natuurnet